Familie en bezit: dynastieke belangen bij overdracht per legaat

Posted by

 

 

Simon Fokke, Karel V draagt de regering van Nederland over aan zijn zoon Filips II (detail), c. 1722-1784, ets, Rijksmuseum (Amsterdam)

Bij opvolging in het landgoed of familiebedrijf, maar ook bij vererving van heerlijke rechten, het erven van familieportretten, het familiearchief en ander familiebezit, kunnen de behoefte aan het bijeenhouden en het borgen van de relatie met de familie(naam) motieven zijn om de vererving anders dan naar proportie te willen invullen.

 

Dat kan.

In een vorig Familie en bezitblog besprak ik globaal de verschillende mogelijkheden om bij overdracht van familiebezit zaken bijeen te houden en de familie(naam) eraan verbonden te houden. Dit blog gaat iets dieper in op de mogelijkheid, van overdracht per legaat en bespreekt er de voor- en nadelen van.

Het vererven van familiebezit aan één kind in plaats van vererven naar proportie kan door in uw testament de bedoelde zaken apart te benoemen en deze te legateren aan het betreffende kind (hierna zal als voorbeeld de oudste zoon aangehouden worden, maar het kan uiteraard ook anders). De andere kinderen houden dan, indien zij niet al anderszins worden gecompenseerd, weliswaar het recht op de bekende legitieme portie van het totaal, maar hebben géén aanspraken op de dynastieke zaken zélf. Het gaat slechts om een vordering in geld, gebaseerd op een waardering waarvan u al bij leven grofweg de hoogte kunt vaststellen. Zeker indien een accountant of, beter nog, een waarderingsdeskundige, deze waardering onderbouwt maakt deze een goede kans de leidraad bij de vordering in geld te worden. Ook het moment van betaling van dat bedrag (door de zoon aan de andere kinderen/erfgenamen) kan – in redelijkheid vast te stellen – soms wel over vijf jaar uitgesmeerd worden, waardoor het voor de zoon een behapbare opgave kan blijven. Uiteraard kan – zij het niet eindeloos in de toekomst werkend – een “kettingbeding” (ook wel: “tweetrapsmaking”) worden opgenomen, waarbij zoon gehouden wordt verder te vererven in dezelfde geest. Ten slotte kan een beding, waarbij de zaken buiten iedere (ook: huwelijksgoederen)gemeenschap blijven, worden opgenomen.

 

Het voordeel van een dergelijke legatering is, dat de zoon er zeer door zal worden gemotiveerd (ondernemerschaps-stimulans) en zich bovendien als rentmeester voor het nageslacht verantwoordelijk zal weten voor goed behoud en doorgeven.

Nadelen of vraagstukken die opgelost moeten worden zijn de volgende:

  • Hoe dient men om te gaan met eventuele incompetentie van de zoon en zijn nageslacht? Welke effectieve vorm van toezicht en ingrijpen kun je inbouwen? Kun je, bij groter bezit waarmee ondernomen moet worden, objectieve en toetsbare eisen stellen aan de aanstelling van de zoon als directeur?
  • Hoe ga je met de benadeling van de anderen om? Is financieel compenseren mogelijk? Zo niet, kan eventueel de zoon met het bestuur worden belast, terwijl de economische eigendom bij allen wordt gelaten door het goed onder te brengen in een stichting administratiekantoor (zgn. STAK), of hen anderszins het recht toe te kennen op dividend? Bij het laatste kan worden gedacht aan stemrechtloze aandelen. Verder kan worden gedacht aan, indien het een huis of landgoed betreft, de mogelijkheid dat ieder het recht krijgt zijn of haar huwelijk op het huis te vieren, bij nood onderdak te genieten en/of financiële steun te ontvangen, etc. Deze methode wordt in Duitsland nog steeds gehanteerd en heeft erin geresulteerd dat daar de landgoederen en kastelen nog steeds in bezit van de families zijn.
  • Het nadeel van legatering is dat er in principe gewoon erfbelasting voldaan dient te worden. NB: dit weer niet bij Familiebedrijfsopvolging (BOR) en, onder voorwaarden, evenmin bij NSW-landgoederen of na inbreng in een stichting (welke ik zal behandelen in een volgend blog).

In volgende Familie en bezit-blogs ga ik nader in op de mogelijkheid van inbreng in een stichting en van de inbreng in/voortzetting via een vennootschap en de (ook fiscaal) bijzondere vormen daarvan: het familiebedrijf en de NSW-landgoed bv.

Uit mijn praktijk ken ik veel successiewensen om de vererving anders dan naar proportie in te willen vullen, waaraan via bestuurs-en eigendomsstructuren een acceptabele invulling gegeven kan worden. Enkele voorbeelden kunt u hier vinden.

Veel succes en indien ik, Jeroen van Wassenaer, u kan helpen met advies over de keuze en inrichting van overdrachtsvormen: graag!